[Dorian Lynskey] LHI, het muzieklabel van de psychedelische cowboy Lee Hazlewood

hazle4

Toen Lee Hazlewood in 2007 stierf aan nierkanker, hadden zijn necrologieschrijvers een ingewikkeld verhaal te vertellen: zijn enorme succes als hitmaker voor Nancy Sinatra in de jaren ’60, zijn verhuizing naar Zweden in de jaren ’70, zijn verwaarloosde solocarrière, zijn lange afwezigheid en zijn late terugkeer naar de muziekindustrie, geëerd door o.a. Nick Cave, Jarvis Cocker en Sonic Youth. Het was allemaal heel divers. Hij was grappig, charismatisch en begripsvol, maar hij kon ook koud, wraakzuchtig en gemeen zijn. Net zoals Serge Gainsbourg maakte hij zowel verfijnd subversieve popmuziek als cynische kitsch en gaf hij de indruk dat hij zijn carrière beschouwde als een persoonlijke grap met financieel profijt. Op eigen kracht had hij een geheel apart subgenre geschapen, waarin hij eenzaam en alleen stond.

Amper vermeld in de necrologieën wordt evenwel Lee Hazlewood Industriess (LHI), het muzieklabel dat hij runde van 1966 tot 1971. De meeste van de 305 liedjes die op dit label uitgebracht werden, een assortiment van country, soul, pop, meidengroepen en psychedelische muziek, hebben de tand des tijds niet doorstaan, bijna alsof ze nooit bestaan hebben. In 2013 heeft het in heruitgaven gespecialiseerde muzieklabel Light in the Attic alles samengebracht in een prachtige boxset, getiteld There’s a Dream I’ve Been Saving, die het verhaal vertelt van een label dat enkel bestaan kon hebben in een specifiek tijdperk van de muziekwereld in Los Angeles, onder auspiciën van een heel ongewone man.Lees meer »

[Tom Viaene] “Les Raisins de la Mort” (1978) van Jean Rollin

raisins

Les Raisins de la Mort (1978), in het Engels letterlijk vertaald als The Grapes of Death, maar in West-Duitsland uitgebracht onder de meer sensationele, doch behoorlijk misleidende titels Foltermühle der gefangenen Frauen en Zombis geschändete Frauen, is hoogst waarschijnlijk de bekendste, of toch minstens de beruchtste film van de Franse horrorregisseur Jean Rollin (1938-2010). Rollin was samen met o.a. Jesús Franco begin de jaren ’70 één van de pioniers van het horrorgenre op het Europese vasteland, dat zich vaak binnen een zekere taboesfeer afspeelde: naast expliciete amputaties, bloederige onthoofdingen en andere wreedheden werd ook (vrouwelijk) naakt, erotiek en zelfs seksueel geweld in beeld gebracht op een wel heel suggestieve manier, vaak grenzend aan het soft-pornografische. Het is dan ook niet te verwonderen dat vele van deze regisseurs hun minder creatieve periodes vaak spendeerden aan het regisseren van erotische of pornografische films. Desondanks getuigt hun oeuvre van een bijzondere esthetische gevoeligheid die sinds de jaren ’80 stilaan verloren gegaan is.

Jean Rollin schreef zijn scenario’s zelf, op enkele uitzonderingen na. In zijn eerste vier films (1968-1971) verkent hij het klassieke horrorthema van het vampirisme, en meer bepaald lesbisch vampirisme. Dit concept, dat zijn oorsprong vindt in Sheridan Le Fanu’s beroemde novelle Carmilla uit 1872, zou in het begin van de jaren ‘70 een geliefd thema worden voor zowel Jesús Franco als verschillende Italiaanse regisseurs. Na een periode van eerder surrealistische films met een grote nadruk op poëzie en symboliek maakte hij Les Raisins de la Mort, een zombiefilm die de structuur volgt van ietwat houterige klassiekers als o.a. George A. Romero’s Night of the Living Dead (1968) en Jorge Grau’s No Profanar el Sueño de los Muertos (1974), met enkele opvallende afwijkingen.Lees meer »

[Henry Hyndman] De grenzen van het historisch determinisme

hynd1
Henry Hyndman (1842-1921), pionier van het socialisme in Groot-Brittannië

In de 19de eeuw werden drie uitzonderlijk grote en originele boeken geschreven. De auteurs waren een Engelsman, een Duitser en een Amerikaan. Darwins Origin of Species, Marx’ Kapital en Morgan’s Ancient Society drukten hun stempel op een tijdperk in de ontwikkeling van de menselijke kennis en het menselijke denken. Ten gevolge van de vooroordelen van de heersende klasse in alle beschaafde landen m.b.t. privé-eigendom en de oorsprong en permanentie van het monogame gezin, kregen de twee laatstgenoemde boeken spijtig genoeg niet onmiddellijk de algemene erkenning die gepaard ging met de publicatie van het eerste. Zelfs nu nog zijn er vele geleerde Amerikanen die Lewis H. Morgan niet naar waarde weten te schatten. Aan beide kanten van de Atlantische Oceaan zijn pogingen ondernomen om de economische theorieën en historische onderzoeken van Karl Marx te bagatelliseren of verkeerd voor te stellen. Desalniettemin wordt het werk van Marx nu meer dan ooit bestudeerd. Nu [1], meer dan 37 jaar na de dood van de auteur, zo’n 60 jaar na het verschijnen van zijn eerste belangrijke werk Zur Kritik der politischen Ökonomie en nog veel minder lang sinds de publicatie van het eerste deel van Das Kapital, zijn Marx’ theorieën en analyses algemeen aanvaard als het fundament van een degelijke economische scholing, niet enkel op het Europese vasteland, maar zelfs aan de Engelse universiteiten, die immers steeds de laatsten zijn om nieuwe visies op de politieke economie te overwegen. Men kan nu met zekerheid stellen dat zijn onderzoeken niet langer zomaar geboycot kunnen worden. Het feit dat Marx een actieve revolutionair was, alsook een krachtig denker en hevig tegenstander van de vreselijke onmenselijkheid van het kapitalisme, de loonslavernij en het hele systeem van op winst gerichte productie, zal ongetwijfeld het oordeel van de geleerde voorvechters van de door hem bedreigde klasse beïnvloed hebben. Ze wisten zijn economische en sociologische leer niet te onderscheiden van zijn revolutionaire propagandapamfletten.Lees meer »

[The Mad Monarchist] De Eerste Italiaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1848-49)

mon5
Politieke kaart van het Italiaanse schiereiland ten tijde van de Eerste Italiaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1848-49)

De idee van een soort van eenmaking van het Italiaanse schiereiland bestond reeds lang vóór de reeks onafhankelijkheidsoorlogen. Eenmaking en onafhankelijkheid zijn weliswaar niet hetzelfde en hoeven niet noodzakelijk met elkaar verbonden te zijn. Na de val van Napoleon en de hertekening van de kaart van Europa door het Congres van Wenen werd Noord-Italië grotendeels ingelijfd door het Oostenrijkse keizerrijk van de Habsburgs en hun nazaten. Centraal-Italië werd toebedeeld aan de paus en Zuid-Italië aan de jongste tak van de Spaanse koninklijke familie. Van begin af aan braken er echter onlusten uit in het zuiden en Oostenrijkse troepen moesten tussenkomen om de koning van Bourbon-Sicilië op de troon te houden. Dit betekende dat Oostenrijk al gauw gedwongen werd om een militaire macht van meer dan 100.000 soldaten op het Italiaanse schiereiland te houden om de bestaande machtsstructuur te behouden.

De Oostenrijkse staatsman Klemens von Metternich besefte dat dit op lange termijn onhoudbaar zou blijken en stelde de geallieerden dus voor om een Itiaanse federatie op te richten onder leiding van de koning van Lombardije-Venetië, die niet toevallig ook de keizer van Oosterijk was. De geallieerden wezen zijn voorstel af en de onlusten bleven duren, vooral in het zuiden. Metternich vreesde dat deze rebellie zich verder zou verspreiden en de gebieden zou bedreigen die onder heerschappij van de Habsburgers stonden. Vervolgens stelde Metternich in 1821 het zgn. Protocol van Troppau op, waarin Oostenrijk, Pruisen, Frankrijk en Rusland overeenkwamen dat alle opstanden met verenigde militaire macht neergeslagen zouden worden. Het was weinig waarschijnlijk dat een dergelijke samenwerking ooit daadwerkelijk tot stand zou komen, maar Metternich hoopte dat deze verklaring op zich potentiële rebellen zou kunnen overtuigen van de uitzichtloosheid van hun zaak, om zo steun te bieden aan de koning in Napels. Deze hoop zou echter ijdel blijken, tot grote frustratie van Metternich.Lees meer »

[James B. Whisker] Het Italiaanse fascisme: Een interpretatie

fasc3
Benito Mussolini (1883-1945) als de Duce, de charismatische, onfeilbare leider van de Italiaanse fascistische staat

Toen de Fascistische Grote Raad op 25 juli 1943 Benito Mussolini uit zijn functie als staatshoofd ontzette, kwam een einde aan het fascisme in Italië. Een einde dat even verrassend was als het begin, toen op 28 oktober 1922 zo’n 300.000 Zwarthemden onder leiding van Mussolini de macht grepen in Italië. De gebeurtenissen tussen die twee data zijn goed gedocumenteerd, maar een degelijke verklaring lijkt veel moeilijker vast te stellen. Het fascisme werd door Mussolini gepropageerd als een unieke combinatie van gedachte en handeling, hoewel het fascisme eigenlijk zelfs na het einde van de Tweede Wereldoorlog nog steeds op zoek was naar zijn ideologie.

De wortels van het fascisme zijn veelvuldig en complex. [1] De fascistische leiders, met Mussolini voorop, erkenden de veelzijdige invloeden van het liberalisme, het marxisme, het syndicalisme, de risorgimento, het soialisme, het katholicisme en het nationalisme op hun ideologie. [2] Hun toespraken en geschriften stonden bol van de citaten van Schopenhauer, Hegel, [3] Sorel, Saint-Simon, Pareto, Mosca, Mazzini en honderden andere auteurs. Ze erkenden dat het fascisme een uniek mengsel was van dit alles en nog veel meer, maar zijn nooit in staat geweest om dit op een bevredigende manier nader te verklaren.

Het Italiaanse fascisme was de eerste toepassing van wat een generieke ideologie moest worden die (zogenaamd) alle politiek rechtse organisaties in de West-Europese naties, de Verenigde Staten, de Britse Commonwealth en zelfs Japan zou omvatten. De Italiaanse leiders beschouwden het fascisme als uiterst geschikt om te exporteren, hoewel het sterke Italiaans-nationalistische accenten bevatte. Het was in wezen niet racistisch, maar in Italië preekte het de passie van het komende Italiaanse ras van de oltreuomo (Übermensch).Lees meer »

[James Kenneth Rooney] Over de enorme geopolitieke en economische betekenis van de zeevaart

De vroege geopolitici zoals Ratzel en Haushofer concludeerden allen – misschien geïnspireerd door Tocqueville, bijgetreden door Mackinder en zelfs door Corbett – dat territoriale omvang een immens voordeel was in het verwerven van grondstoffen. Het interessante is dat dit grotendeels verkeerd is – of in elk geval niet is zoals zij in gedachten hadden.

Ze bleven optimistisch over de ontginningskost en geloofden dat het loutere bezit van grondstoffen ooit van potentieel tot werkelijkheid zou worden door de bekwaamheid om ze te ontginnen. Ze hadden eveneens optimistische ideeën over de aanhoudende opbrengst van de ontginning.

Het angstaanjagende is echter dat vele landen reeds hun eigen grondstoffen uitgeput hebben en deze nu in het buitenland zoeken. Het Verenigd Koninkrijk heeft zijn steenkool- en ijzervoorraden uitgeput. België en Duitsland eveneens. Zelfs in een land met de omvang van de Verenigde Staten raken de olievoorraden steeds meer uitgeput. In 1950 produceerden de Verenigde Staten nog meer dan de helft van de olie ter wereld, nu slechts zo’n 15 procent.

haushofer1
Karl Haushofer (1869-1946), de geopolitieke vader van het nationaalsocialisme

We zien dat de ideeën die de nazi’s inspireerden tot de Lebensraum-idee in economisch opzicht niet deugden. De voornaamste industriële naties vandaag zijn grote importeurs van grondstoffen, voornamelijk energiebronnen, ongeacht hun omvang. We zien ook dat de populaties conformeren met optimale economische voordelen, behalve in landen waar een gecentraliseerde planning tegen de economische tendensen in gegaan is (bv. in Rusland, een nalatenschap van het Sovjet-tijdperk).

Grote delen van de Verenigde Staten zijn onbewoond of slechts dun bevolkt. Dit is nog in grotere mate het geval in China. Achter de isohyeet die zich uitstrekt vanaf het laagland met voldoende neerslag tot de veel drogere hooglanden in het binnenland, wonen heel weinig mensen. Het verbazende is dat meer dan 90% van de Chinese bevolking etnische Han-Chinezen zijn, hoewel nog tientallen andere etnieën leven in het ontoegankelijke binnenland dat gekenmerkt wordt door het torenhoge Tibetaanse Hoogland en talloze woestijnen, waar slechts weinig mensen van de dominante volkeren wonen, ja waar slechts weinig mensen wonen tout court.Lees meer »

[John Abromeit] Links heideggerisme of fenomenologisch marxisme? Een herbeschouwing van Herbert Marcuses kritische theorie van de technologie

abro6
Herbert Marcuse in 1955

De theoretische schatplichtigheid van Herbert Marcuse aan Martin Heidegger staat opnieuw in de belangstelling. Een aantal recente publicaties hebben Marcuses vroege interesse in Heideggers filosofie gedocumenteerd, alsook de restanten van deze interesse in zijn latere werken. In wat volgt zou ik een bijdrage willen leveren aan deze recente discussies door Marcuses theorie van de technologie en de technologische rationaliteit aan een herbeschouwing te onderwerpen. Een herwaardering van Marcuses theorie van de technologie is cruciaal om de mate te bepalen waarin hij schatplichtig bleef aan Heidegger, aangezien vele commentatoren dit zien als het aspect van zijn denken dat Heideggers blijvende invloed het duidelijkste weergeeft. In tegenstelling tot deze interpretatie zal ik aantonen dat Marcuse elementen leent uit de fenomenologie van Heidegger en – in nog grotere mate – van Edmund Husserl, maar dat deze elementen kritisch ingepast worden binnen een volkomen marxistische theoretische benadering, waarbij sociale en geschiedkundige factoren gezien worden als de ultieme determinanten van de technologie en de technologische rationaliteit.

abro2
Richard Wolin, Heidegger’s Children: Hannah Arendt, Karl Löwith, Hans Jonas, and Herbert Marcuse (2001).

Ik zou hier een andere interpretatie aan willen geven dan degene die onlangs geopperd werd door Andrew Feenberg en Richard Wolin, die beide een grondige en blijvende invloed van Heidegger zien in het latere werk van Marcuse. Terwijl zowel Feenberg als Wolin erkennen dat Marcuse kritisch stond tegenover Heidegger, beweren ze ook dat hij in aanzienlijke mate een “heideggeriaan” bleef tot het einde van zijn leven. Feenberg benadrukt Marcuses schatplichtigheid aan Heidegger om zijn werk te prijzen en om de nadruk te leggen op zijn blijvende relevantie voor een kritische theorie van de technologie. [1] Wolin ziet evenwel Marcuses schatplichtigheid aan Heidegger als een blinde vlek in zijn werk, die hem kwetsbaar maakte voor de problematische antimoderne en antidemocratische opvattingen die gedeeld werden door andere “kinderen” van Heidegger, zoals Hannah Arendt, Karl Löwith en Hans Jonas. [2] Hoewel Feenberg en Wolin beide belangrijke aspecten van Marcuses houding tegenover Heidegger naar voren brengen, leggen ze te zeer de nadruk op zijn schatplichtigheid aan Heidegger en gaan ze voorbij aan de ondergeschikte rol die Heidegger in het bijzonder en de fenomenologie in het algemeen spelen in de niet-traditioneel marxistische kritische theorie van Marcuse. [3] De volgende herbeschouwing van Marcuses theorie van de technologie en de technologische rationaliteit tracht ook de verhouding tussen het marxisme en de fenomenologie in zijn latere werk te verduidelijken.Lees meer »

[Joseph Seymour] Het kautskisme en de oorsprong van de Russische sociaaldemocratie

kautsky6

Eind de jaren ‘70 hebben de Britse International Marxist Group (IMG) en de International Socialists (nu Socialist Workers Party – SWP/IS), twee van de grootste “uiterst linkse” groepen in Groot-Brittannië de geschiedenis van de bolsjewieken aan een herziening onderworpen. Deze groepen hebben het principe van een democratisch-centralistische voorhoedepartij trachten te ontkennen of te verdoezelen door te verwijzen naar de elementen van de klassieke sociaaldemocratie die behouden werden door bolsjewieken van vóór 1914, alsook naar Lenins tactische manoeuvres tegen de mensjewieken.

De IMG, de Britse afdeling van het pseudo-trotskistische United Secretariat heeft de opmerkelijke prestatie verwezenlijkt, van Lenin een “eenheid-boven-alles”-verzoener te maken op basis van het feit dat de bolsjewieken en de mensjewieken formeel gezien fracties binnen de eenheidspartij РСДРП (de Russische Sociaal-Democratische Arbeiderspartij) waren. De bedoeling van dit soort revisionisme is de rechtvaardiging van een grote eenheidsbeweging voor links in Groot-Brittannië. Volgens hen waren de politieke verschillen die volgens Lenin en Trotski in één verenigde organisatie vervat konden worden veel groter dan de meningsverschillen die revolutionair links verdelen in Groot-Brittannië vandaag. [1]Lees meer »